woensdag 4 juli 2012

Samenvatting Dagdeel 4 Train de Trainer


Samenvatting dagdeel 4 – Train de trainer

We lopen na de lunch terug de ruimte in. Spontaan ontstaat een spel waarbij de spelers samen een letter vormen en deze letter als klank produceren.
(A….O…..U….E….).

Verder zal deze middag gaan over feedback.

Feedback gaat over kijken en zien en daar woorden aan geven.

Wij gaan dit ervaren door de volgende opdrachten.

1. Benoemen


We lopen allemaal rond en bekijken elkaar en de ruimte goed. Dan staan we allemaal stil met onze ogen dicht. André stelde vragen als: ‘hoeveel stopcontacten zijn er in deze ruimte? Steek het aantal vingers op’.

Vervolgens liepen we door de ruimte en benoemen we wat we zien.

Daarna lopen we weer rond en nu geven we alles een andere naam. Bij het bespreken van deze opdracht blijkt dat iedereen hiervoor een strategie kiest. Je kiest voor een strategie door de confrontatie met iets anders dan je gewend bent.
André benoemt dat je jezelf altijd moet toestaan om iets los te laten.
We doen dezelfde opdracht nog eens met het idee dat je fouten mag maken.
We krijgen mee: ‘zoek het moment van kortsluiting op. Je hoeft het (de naam van het voorwerp) niet te weten, het mag wel.’

Bij sommigen gaat het nu beter. Peter ziet zelfs andere voorwerpen voor zich en benoemt die.

André verteld dat deze opdracht bijna niet te doen is. ‘Het is iets dat gebeurt in je hoofd. Creativiteit wordt geblokkeerd door ‘dat is een box’.

Conclusie:
Merk dat je in je strategieën komt en laat het los. Zeg dan dat je het niet weet. Je mag het ‘niet weten’.






2. Pandora’s doos


We maken tweetallen. Nummer één heeft een doos waar alles inzit. Nummer twee haalt er steeds iets uit. Nummer één benoemt wat dit is.
Het verschil met de vorige opdracht is dat je nu zelf een voorwerp kunt ‘maken’. Verder is het eigenlijk dezelfde opdracht.

Ook hier is de essentie:
Toestemming geven aan jezelf om de betekenis los te laten. Ook in een scène kun je (in personage) benoemen dat je het even niet weet.

3. objectieve feedback


We wisselen van tweetal. Nu gaan we benoemen wat we zien aan de ander. Dit doen we zo objectief mogelijk.
Enkele ervaringen waren:
‘Prettig, je volgt je ogen’
‘Lollig om te ondergaan’
‘Ook wel weer gek dat iemand zegt wat hij ziet’.

Je voelt er bijna altijd wat van als iemand iets over je zegt wat direct over jou gaat. Het is belangrijk om te voelen waar je subjectiviteit insluipt en waar je objectief blijft.

We blijven in hetzelfde tweetal en wisselen van beurt. Weer beschrijft de één de ander zo objectief mogelijk.

André vraagt hoe we dit hebben ervaren en benoemt dat we alert moeten zijn op oordelen.
Bij de meeste mensen zit een systeem dat ‘verdedigt’.
Sommigen zetten dat om in weerstand, verdedigen of discussie. Dat zijn alle strategieën.

Dus: wat zijn strategieën die mensen toepassen als jij feedback geeft? Als je dit weet ga je niet in discussie over wat diegene zegt, maar over de strategie.

We wisselen van partner. Nu wordt feedback gegeven over opvallendheden.

Onderdeel van feedback: keuzes maken over waar je feedback op geeft.

Conclusie:
feedback hoeft dus niet zo objectief mogelijk. Het gaat ook over opvallende dingen waar je je op wil richten.

Het verdedigingssysteem is scherper bij feedback op opvallende dingen.

De beurt binnen het tweetal wisselt weer. Nu moet degene die nog geen feedback heeft gehad over opvallendheden, feedback bedenken over dingen die de ander aan hem zullen opvallen. Wat je aan jezelf opvallend vindt is anders dan wat andere opvallend vinden.
De werkelijkheid wordt gekleurd door hoe je je voelt, hoe je over de wereld denkt etc.

4. Flipover


André tekent het volgende op een flipoverblad:



CZ,LZ,LZ,LZ,LZ,PZ,PZ,PZ,PZ
 














CZ = comfort zone
LZ = leerzone; feedback op goede manier
PZ = paniekzone; afschuiven op andere dingen

5. Slechte feedback


Twee spelers op de vloer. De rest zit aan de kant. Zij gaan zo feedback geven over de scène.

Wanneer de scène is gespeeld gaan we over op de feedback. Wat is goede feedback en wat is slechte feedback?

Eén voor een springen we op om in het midden zo slecht mogelijk feedback te geven.

Er zijn verschillende stijlen van foute feedback:
·         Waardeoordeel/afkeuring
·         Lomp/ slordig (niet goed gekeken)
·         Over gevoelens heen walsen
·         Niet ter zake doende details (zoals hierboven beschreven, over het kiezen van feedback)
·         Feedback die niet past bij je doel
·         Niets zeggende feedback (leuk/ goed); niet concreet.

Bij beginners benoem je wat je ziet. Benoem het als kwaliteit en daag het uit.





6. Goede feedback


Nu geven we één voor een goede/ respectvolle feedback.
De spelers ervaren dit als fijn. Zeker het horen van ‘bedankt voor deze scène’ in combinatie met oogcontact.
Tip: houd de spelers op toneel tot het einde van de feedback, zodat ze het eventueel opnieuw kunnen doen.

Wat gemist werd is de vraag aan de spelers zelf; hoe vonden zij het gaan?

7. Drietal feedback

De groep wordt  verdeeld in drietallen. A & B spelen een scène van maximaal 1,5 minuten. C geeft feedback over de scène. A & B geven vervolgens feedback over de feedback van C.
Dit rouleert zodat iedereen aan de beurt is geweest.

Er zijn 4 elementen in goede feedback:
1.       Beschrijven wat je ziet. “wat daar gebeurde was…”
2.       Het effect daarvan
3.       Check “klopt het?” “hoe heb jij het ervaren?”
4.       Tip, top, flop. (Iets wat goed ging, iets dat beter kan en iets dat slecht ging)

donderdag 28 juni 2012

Samenvatting dagdeel 2 en 3 Train-de-trainer


Hallo allemaal, vandaag heb ik dagdeel 2 en 3 samengevoegd puur uit het feit dat dagdeel 2 een korte dag om te beschrijven was.
Veel lees plezier.

Michael Geesink



Leerdoelen inventariseren

We gaan in tweetallen zitten, en bespreken onze leerdoelen. De oefening is dat we ons leerdoel omzetten in een vorm, die het verhaal vertelt aan de groep. Er wordt voor verschillende vormen gekozen, vooral het naspelen van valkuilen is populair.

De leerdoelen uit de groep:

  • Helderder en concreter worden in mijn uitleg

  • Meer rust in mijn lessen brengen.

  • krijg je iemand van “help, dat kan ik nooit” naar “wat is dit leuk!”

  • Welke vormen kan ik inzetten om mijn uit te voeren. Uitkleden van de vorm, tot de bij het frame van de oefening komt.

  • De vertaalslag maken van de oefening naar de praktijk (bijv. in het bedrijfsleven) en een verdiepingslag kunnen maken.

  • Zien en handelen naar (accepteren van) niveauverschillen in groepen.

  • Zien en handelen naar (accepteren van) niveauverschillen in groepen.

  • Er op durven vertrouwen dat mensen haar trainingsstof zullen aannemen. Zekerder worden in eigen kunnen.

  • Wil teveel te gelijk. Durven kiezen en beperken.

  • Eigen ideeen loslaten, kijken en accepteren wat anderen mensen kunnen en verzinnen.

  • Inzicht krijgen in eigen intonatie en directheid in instructies.


Oefening: De Kat en de Rat

Iedereen staat in de kring. Persoon 1 geeft een voorwerp door aan zijn buurman/vrouw en zegt ‘Dit is de Rat’. De buurman vraagt eerst ‘de wat?’ en pakt het voorwerp pas aan als hij antwoord krijgt: de Rat. Op zijn beurt doet hij hetzelfde bij zijn buurman, en als die vraagt ‘de wat?’, stelt hij dezelfde vraag opnieuw aan persoon 1. Alleen persoon 1 mag antwoord geven: ‘De Rat’, en de buurman geeft dit antwoord weer door. Zo ontstaat er een steeds langer wordende rij van mensen die het voorwerp doorkrijgen, en de vraag ‘de wat?’terugspelen naar persoon 1, die het antwoord De Rat terugspeelt naar de ontvanger.

Dit is de Rat. De wat? De wat? De wat? De Rat. De Rat. De Rat.”

Als dit duidelijk is en goed loopt in de groep, start er ergens anders in de kring, in tegengestelde richting een nieuwe rij met een nieuw voorwerp: Dit is de Kat. De wat? Etc. Zodra mensen in meerdere rijen terecht gaan komen, wordt er veel van hun concentratie gevraagd. Deze oefening is nog uit te bouwen met Matten en Latten en dergelijke.

Uitvoeren van een oefening

We delen ons op in twee/drietallen en we krijgen de opdracht om zelf een oefening te bekijken en op te delen in de volgende fasen:

  • De Werkvorm
  • De Instructie
  • De Uitvoering
  • De Nabespreking



Dagdeel 3: “Improviserend trainen”

1. De ochtend begon met een opwarmronde die improviserenderwijs is opgebouwd. Onderstaand staan alle acties die we hebben uitgevoerd met daarbij steeds de aanleiding en nadere uitleg.

Aanleiding
Activiteit
De groep is wat rommelig, druk. Dus kun je kiezen dit te gebruiken: laat ze maar rondlopen.
Rondlopen in de ruimte, door elkaar.
Mensen gaan lachen naar elkaar
Vraag aan de groep blijheid als emotie op te bouwen, van klein naar groter en nog groter
De mensen gaan er energiek mee aan de slag en leven zich erg in.
Interactie creëren: ze moeten nu nee zeggen tegen elkaar.
Je ziet dat er meer emoties worden gespeeld dan alleen blij en het nee zeggen.
Iedereen mag steeds en nieuwe emotie kiezen en speel die uit bij iedere ander die je tegenkomt.
De groep raakt enigszins verzadigd en de energie loopt weg.
Je maakt tweetallen en laat ze elkaar al kloppend op de rug, benen en armen oppeppen/masseren.
Er wordt gelachen en mensen ontspannen zich. Een opgewonden stemming
Een spel spelen: in dit geval angry birds. Een spel waarbij er een huisje wordt gebouwd met daarin een biggetje dat beschermd moet worden en aan de andere kant iemand die levende kogels afschiet.

2. Een oefening die te maken heeft met concentratie en focus op wat er gebeurt:
We staan in een kring. Opdracht: je gaat lopen totdat een ander het over neemt. De eerste loper stopt dan direct. Als dit goed gaat moeten er steeds 2 mensen lopen en dit kun je opbouwen naar 3.
Een variatie daarop is: 1 persoon gaat lopen en vertelt een verhaal maar stopt opeens abrupt waarna een volgende loper het direct moet overnemen.

3. Om dit te oefenen met elkaar hebben we de volgende oefening gedaan:
We staan in de kring en kijken goed naar elkaar en de energie van de groep. Vervolgens neemt een deelnemer het initiatief om een oefening te gaan doen.

Een greep uit de activiteiten die ‘ontstonden’:
  • zwaaien met de armen en zijwaarts gaan lopen in de cirkel: grote stap opzij heen en kleine stap opzij terug, elkaar duwen, ‘sorry’ zeggen en daarop reageren met ‘ik geloof er niets van’
  • Snelwandelen, dan mank lopen, dan vallen en elkaar helpen
  • Bewegen en woorden zeggen (automerken), geluiden maken

Observatie: het is zeer verleidelijk in deze oefening bezig te zijn met wat jij graag wil gaan doen in plaats van uitsluitend te letten op wat de groep aanbiedt.

De essentie van deze stijl van trainen:
A. Observeren, voelen en dan is er altijd een aanleiding waarmee je kunt gaan improviseren (er dient zich altijd wel iets aan). Daar hoort wel bij: kijk of de aanleiding die je ziet bij bijvoorbeeld bij 1 deelnemer ook past bij de energie van de rest van de groep maar wees tegelijkertijd ook niet bang om (glorieus) op je bek te gaan.
B. Bereid je grondig voor maar wees tegelijkertijd zeer flexibel door steeds op de behoefte van de groep te letten.


maandag 25 juni 2012

“Train de Trainer” van André Besseling


Mijn naam is Michael Geesink en ik heb de privilegie om te bloggen op de All Improv blog pagina. All Improv heeft mij gesteund om een 5-daagse training te volgen waarvoor ik hun zeer dankbaar ben, het was een geslaagde ervaring en fijne aanvulling op mijn improvisatie pakket.
Zelf ben ik docent drama en een impro-acteur en ik heb als doel gesteld om deze kunst en mijn liefde voor dit vak over te dragen aan anderen. Om dit te bewerkstelligen ben ik bezig om me te verdiepen en verbreden op het gebied van improvisatie. Een van de stappen die ik heb genomen is het volgen van de cursus “Train de Trainer” van André Besseling. Het doel van deze training is om ervaren impro-acteurs op te leiden tot impro-trainers.
De cursus wordt in 10 dagdelen gegeven en voor de helderheid zal ik ieder dagdeel apart beschrijven en op verschillende momenten posten.
De kern van Andre Besseling’s filosofie is het creëren van een natuurlijke flow van lesgeven waardoor je uiteindelijk komt tot improviserend lesgeven. Dat lijkt logisch omdat lesgeven altijd improviseren is, maar hij benadert vanuit een, met heldere oefeningen ondersteunde, theoretisch hoek.
Let op! Het is uit den boze om een les niet voor te bereiden en geen lesopzet te maken. Dit heb je nodig om het uiteindelijk los te kunnen laten.
Quote: Elke groep krijgt de les die het verdient.


Dagdeel 1: Werken met een Frame oefening.



Les geven ondersteun je door te werken met Frame oefeningen.
Een Frame is het doel van je oefening en daaraan staan sub-oefeningen ten dienste.



In een Frame oefening zit altijd een opbouw en is altijd gebonden aan een onderwerp.
Wanneer je de onderstaande warming up als voorbeeld neemt zie je dat er een duidelijk verschil in ervaring wordt bewerkstelligd tussen het snel kennismaken en wanneer je de tijd voor het kennismaken neemt. In eerste instantie is het niet mogelijk informatie te onthouden maar is het effect dat je uit je hoofd gaat en in het moment komt, waarna je in de 2 ronde de tijd en rust hebt hebt om de informatie van je collega’s op te nemen.

Frameoefening voorbeeld.
Warming up “Kennismaken”
1. Je loopt met snelle pas door de ruimte. Geeft elkaar een hand, je stelt je voor, zegt je naam en loopt door.
Je herhaalt dit met de volgende toevoeging:
1.1 Naam + waar je vandaag komt.
1.2 Naam + je favoriete drankje
1.3 Naam + Je eerste Liefde
2. Verdeel de groep in tweetallen. Vertel in 1 minuut, wie je bent en een anekdote waaraan je onthouden kan worden, wissel elkaar af.
Maak plenair een rondje langs de groep en laat per persoon vertellen wat ze hebben gehoord en onthouden van de ander.
Conclusie:
Snelle naamspelletjes werken niet, het is dan ook niet de bedoeling om de namen te leren. In het eerste kennismakingsrondje leer je elkaar niet kennen, maar is het effect dat je loslaat en in het moment komt.
In de tweede ronde leer je elkaar kennen door middel van een persoonlijk verhaal. Hier heb je door de eerste ronde, in je hoofd de ruimte voor, vrij van spanning etc.

Lesgeven middels een Frame:
Maak gebruik van oefeningen met in je achterhoofd het doel wat je voor ogen hebt. Wees flexibel in de keuze van je oefeningen in en maak gebruik van oefeningen die aanpasbaar zijn aan het doel. Wanneer de oefeningen en games niet ten dienste staan van het doel ontstaat er ruis in je groep.
Didactisch:
  • Wanneer je een oefening/game nabespreekt heb je als docent altijd het doel in je achterhoofd.
  • Geef na een oefening/game ruimte aan je deelnemers.
  • Geef instructies in stappen en leg nooit alles in een keer uit. Laat de cursisten de stappen ervaren door het te doen.

Lesgeven staat gelijk aan het improviseren van een scene. Kijk naar je groep en zij geven je de suggesties voor je les.








vrijdag 27 april 2012

Harri Olli at easylaughs 21 April 2012


On 21 April 2012, easylaughs played host to Harri Olli. Harri Olli is a Zurich-based improv ensemble consisting of professional actors, musicians, directors, and comedians. They perform all around Europe.

They presented their two person format Zak&Sara, inspired by the song by Ben Folds, is a duo show specially developed for Simone Schwegler and Gerald Weber. It puts the relationship issues of two best friends on stage. They explore their own relationships honestly and turn the themes they find into stories. This creates an outstanding theatrical and comedic experience about friendships and relationships. The pair were on their way to Chicago to perform at the improv festival there.

The show was inspirational for their use of the space, physicality and commitment to the worlds that they had set up. 

zaterdag 21 april 2012

Six Degrees - new narrative longform group

Six Degrees by Rick vd Meiden
On 31 March 2012, Six Degrees had their first performance. They used a slot from the regular easylaughs Saturday night at the Crea. The performed a 45-minute, single-story narrative based on six characters who all had some sort of connection to each other. Six Degrees was the result of an initiative to create a story-based longform group from experienced, committed players. The show was well-attended and well-received. Thanks to Allimprov, the show received sponsorship (with their scheme for existing groups hosting Allimprov-backed initiatives) which will enable Six Degrees to continue to develop. Six Degrees are Nicole Mischler, Miriam Brouwer, Lindy Seca, Marcel Butterhoff, Sven Lanser and Peter More.

 Next performance: Saturday June 2 at the Crea. Details: easylaughs.nl/shows

donderdag 29 maart 2012

Impro Battle joins Wayne McGregor at Muziek Theater Amsterdam

Something amazing happened at Amsterdam's famed Muziek Theater. The national home of the ballet and the opera became home to one of the most dazzling dance nights in recent years. The evening was a collaboration between the Muziek Theater's educational department, led by Christine Timmer and various groups from Amsterdam to work together with famed English choreographer Wayne McGregor and compose a show. The groups worked together for a week and produced a beautiful spectacle. The highlight of this and the closing number was Impro Battle, an improvisational group led by Marijn Vissers, Milaino Spalburg and Bram Martens. The group composed of 24 members members of Meidenwerk Younited and Combiwel erupted on stage with energy and grace, wowing the audiences of their two sold out shows.
This is where I can get personal because I had the pleasure of working together with Impro Battle earlier in the season and in my opinion they are the most talented improv group in The Netherlands today. They exemplify what improv should be: playful and fun while having the advantage of truly representing the cosmopolitan face of Amsterdam and The Netherlands. On stage they were almost unrecognizable as they demonstrated such intense focus, finesse and agility and played a very moving performance. Special thanks to all of them for such a wonderful show.

Kwaliteitsimpuls voor Hatseflats! impro voor en met kinderen

Ooit had Theatersportvereniging Amsterdam (TVA) een kindervoorstelling onder de naam Abracadabra. Een fraai gedecoreerde theatersportvoorstelling waarbij de teams Mayo en Ketchup streden om de eer. Ondanks herhaaldelijke nieuwe impulsen van TVA-leden om Abracadabra nieuwe leven in te blazen, belandden de decors en kostuums op zolder…

Totdat het bij een van de ex-Abracadabra’ers vorige zomer begon te kriebelen. Thom Bruggeman wilde zijn zoon toch zeker kennis laten maken met impro. Al snel wist hij verschillende impro’ers waarmee hij eerder had gespeeld om zich heen te verzamelen onder de naam Hatseflats!

En zo kwam het dat in oktober vorig jaar de eerste voorstelling van Hatseflats! het licht zag. Een drukbezochte show waar het enthousiasme vanaf spatte. Neemt niet weg dat er aan de inhoud en de wijze van spelen nog wel wat te doen was. Want: hoe ga je om met kinderen? Wat zijn de do’s en don’ts in kindertheater? En hoe creëer je rust in de voorstelling en in de zaal? Samen met Marjolein Macrander, regisseur van, en actrice in kindervoorstellingen, werd een vast raamwerk opgezet, waarbinnen de verschillende theatersportvormen konden worden gespeeld.

De voorstellingen van de afgelopen maanden hebben inmiddels aangetoond dat er vergeleken met de eerste keer al een hele stap is gemaakt. En dat blijkt ook wel uit de opkomst: ouders en kinderen komen steeds vaker terug. Dat leidde in maart zelfs tot een uitverkochte voorstelling.

Hoewel met het vaste raamwerk en de tips van Marjolein inmiddels de nodige vorderingen zijn gemaakt, toch willen de spelers van Hatseflats! zich graag verder ontwikkelen. Daarom volgen ze binnenkort opnieuw enkele trainingen van Marjolein Macrander. Deze verdere investering in de kwaliteit van de Hatseflats!-vorderingen wordt mede mogelijk gemaakt met een bijdrage van AllImprov. Zelf zien hoe Hatseflats! vooruitgaat? Bezoek een van de voorstellingen. Op www.wijzijnhatseflats.nl staat alle informatie en kan er worden gereserveerd.